Op zoek naar verloren geluk: draag je baby

xxx

De vrouw, zoals alle zoogdieren, is van nature een drager. Kinderen worden volledig afhankelijk van hun moeder geboren, zijn lange tijd niet in staat om voor zichzelf te zorgen en willen gedragen blijven worden door ‘huidhonger’. De lichamelijke ontwikkeling, instinct en natuurlijke houding worden daar namelijk op afgesteld. Echter, om een kind volgens de westerse normen voldoende veiligheid te bieden, zijn sinds de vorige eeuw ledikantjes, wiegjes en kinderwagens niet weg te denken. Als je kijkt naar de geschiedenis zal je je afvragen waarom kraamverzorgsters en (zorg)deskundigen je krampachtig blijven adviseren om een draagdoek zo min mogelijk te gebruiken. In vele culturen in Zuid-Oost Azië, Afrika en Zuid-Amerika is het namelijk de normaalste zaak van de wereld om je kind zo veel- en zo lang mogelijk bij je te dragen.

Evolutionair verantwoord

In vele Afrikaanse en Indiaanse stammen worden kinderen vanaf hun geboorte gedragen en groeien hierdoor op tot tevreden, rustige en (zelf)bewuste volwassenen. De Amerikaanse schrijfster Jean Liedloff deed hier onderzoek naar en schreef het boek ‘Op zoek naar het verloren geluk’. De leidraad is een theorie over juist en natuurlijk gedrag, die sterk evolutionair van aard is. Aan de hand van haar continuüm-theorie worden talrijke verschijnselen in onze cultuur verklaard en bekritiseerd en worden alternatieven voorgesteld, met name voor de wijze waarop moeders met baby’s omgaan.

Dat baby’s eeuwenlang gedragen zijn kun je nog steeds aan de reflexen van een pasgeborene zien. De grijpreflex bijvoorbeeld, waarmee een baby zich probeert vast te grijpen aan onze – niet meer zo zichtbare – vacht. Ook de Moro-reflex, ook wel ‘schrikreflex’ genoemd, wijst hierop. Wanneer een baby schrikt, opent hij zijn vingers en armen en spreidt zijn benen. Vervolgens worden de armen voor de borst gebracht. Dit ziet eruit alsof hij zich wil vastklampen en is een overblijfsel uit de tijd dat wij primaten waren. Bij mogelijk gevaar greep de baby zich stevig aan de moeder vast. Deze primaire reflexen kun je goed zien bij apen.

monkey

Voordelen

Het dragen van je baby, buik tegen buik, in een positie waarbij de baby rechtop zit, helpt krampjes en reflux voorkomen. In de stammen die Jean Liedloff onderzocht zag ze baby’s die huilen niet nodig vonden omdat ze zich altijd veilig zouden voelen (geborgenheid). Daarnaast maken ze meteen volop deel uit van de gemeenschap en hebben ze al vroeg een goed vertrouwen in hun omgeving. Je creëert een bijzondere band met elkaar die de ontwikkeling en hechting zeker ten goede komt – door de nabijheid leren de ouders de signalen van hun nieuwe baby beter kennen en interpreteren. Uit onderzoek blijkt dat ook in onze cultuur dragen het huilen vermindert. Een groep baby’s die 4,4 uur per dag werden gedragen, huilden tot 43 % minder dan een groep die ‘gewoon’ werd gedragen (2,7 uur per dag).

Ook als de borstvoeding niet vanzelf loopt, met name wanneer de voeding niet goed op gang komt, kan dragen een zinvolle aanbeveling zijn. Een aanvullende flesvoeding kan dan wellicht voorkomen worden. Nabijheid van de baby bevordert de afgifte van prolactine.

Het praktische voordeel van de draagdoek voor de ouders is natuurlijk het vrij hebben van de handen terwijl je toch je baby dichtbij je hebt. Ideaal voor gebruik buitenshuis, maar ook binnenshuis. Zo kun je toch bijvoorbeeld een fles klaarmaken of de telefoon oppakken zonder dat je je baby neer hoeft te leggen. Natuurlijk is de draagdoek zowel voor mannen als vrouwen geschikt. In de loop van de eerste maanden is het voor de jonge vader vaak niet gemakkelijk om een even hechte band met zijn baby op te bouwen als de moeder. Met een draagdoek kan hij al heel vroeg dingen ondernemen met het kindje veilig op zijn buik.

Bestel nu een draagdoek van organisch katoen